Waar was je, toen...
En in dit geval weet ik dat nog heel erg goed. Sterker nog, ik weet nog wat ik aanhad. Dat zit zo.
In 1989 spraken we nog steeds van de "Koude Oorlog". Nederland kende nog dienstplichtige militairen en had een deel daarvan, de 41e Brigade, gestationeerd op de noordduitse laagvlakte.
De bulk van de militairen was gelegerd op de basis Seedorf. Onder die militairen was een toen nog jonge wachtmeester van de 41e Afdeling Veldartillerie.Taak van de 41e Brigade was om, zoals dat genoemd werd, het vertragend gevecht te leveren: het oprukkende Rode Gevaar zoveel mogelijk tegenstand bieden, terwijl langzaam werd teruggetrokken. Zodoende tijd winnend voor de troepen die uit het vaderland zouden aan komen stormen.
Overlevingskans was volgens de geleerden minimaal.
Nou hadden we niet echt het idee dat de bom ieder moment kon barsten, maar we snapten wel dat als de Russen inderdaad troepen naar Oost-Duitsland zouden sturen, dat het er wel eens op uit kon draaien dat we ons warme bed moesten inruilen voor een slaapzak in het veld. Mobilisatieprocedures werden getest en zelf hielden we het nieuws een beetje in de gaten.
Wat gewoon doorging waren de oefeningen. Zo ook eind oktober, begin november. Ik weet eerlijk gezegd niet meer waar we precies hadden geoefend, ik weet nog wel dat we op 9 november laat op de avond vermoeid en vuil terugkwamen op de kazerne. Met bijna 2 weken in het veld, was het nieuws een beetje aan ons voorbijgegaan. Slapen en eten hadden op een oefening nou eenmaal meer prioriteit.
Terwijl we onze plunjebalen aan het uitpakken waren en de vuile kleren op een hoop gooiden, verlangend kijken naar de douche, hoorden we vanuit één van de kamers op de gang roepen: "Moet je nou eens kijken... ze staan op de muur".
En vol verbazing stonden we daar allemaal in die kamer. Vuil en moe na een oefening om het Warschau Pact buiten te houden en daar was voor onze ogen datzelfde Warschau Pact aan het instorten. Wat deden we daar nog? We konden naar huis!Dat nam nog even wat meer tijd in beslag, maar het duurde niet lang voordat de Trabantjes voorbij de kazerne kwamen pruttelen.
Een paar weken later reed ik naar huis. Ik was 's-nachts onderofficier van kazernepiket geweest en was na het appel in mijn auto gestapt. In uniform dus. Vlak bij de Nederlandse grens kwam ik achter een Trabant te rijden. En bij de grens mocht de Oost-Duitser doorrijden, terwijl ik mijn hele auto moest leegmaken.
Het Rode Gevaar had voorgoed(?) zijn kleur verloren.
Labels: In het nieuws, Terugkieke
, 





























































































