Vorige week wat foto's gemaakt in de Haagse Hubertustunnel en het zou zonde zijn daar verder niets mee te doen.
Nu staat tunnelveiligheid momenteel behoorlijk in de belangstelling bij de overheid. Minister Schultz heeft een aardige erfenis overgenomen van haar voorganger en ze probeert daar met een nieuwe tunnelwet korte metten mee te maken. De Tweede Kamer heeft echter nog twijfels over de nieuwe wetgeving.
Maar dat is politiek en daar had ik nu niet veel trek in. Daarom eens een lesje voor de weggebruiker. Want je kunt een tunnel nog zo veilig maken, als de weggebruikers niet weten hoe ze zich in een tunnel dienen te gedragen bij calamiteiten, heb je er nog niets aan.
Als ik mezelf even neem, voordat ik betrokken raakte in de tunnelwereld, had ik werkelijk geen idee wat al die dingen in de tunnel nou precies tot doel hadden. Daarom een kort lesje tunnelveiligheid in vogelvlucht.
Laten we beginnen met de hulppostkasten. Hulppostkasten zijn herkenbaar aan de hiernaast afgebeelde pictogrammen.
Minimaal iedere 100 meter hoort een hulppostkast met daarin blus- en communicatiemiddelen aanwezig te zijn. Vaak is de onderlinge afstand echter veel kleiner, bijvoorbeeld 50 meter. De 1600 meter lange Hubertustunnel heeft bijvoorbeeld 33 hulppostkasten.
Rijkswaterstaat kent 5 typen hulppostkasten, waarvan 2 types, type A en type C, het meest gangbaar zijn.
Een hulppostkast van het type A staat hieronder afgebeeld.
Het linkergedeelte is het zogenaamde "lekengedeelte" en is bestemd voor de weggebruikers. Het rechtergedeelte is het "profgedeelte", daar zit apparatuur voor de brandweer. De deuren zijn vaak zo gemonteerd dat de profdeur pas geopend kan worden als de lekendeur al geopend is. Het openen van de deur wordt meteen doorgemeld aan de wegverkeersleider, die ook het camerabeeld te zien krijgt.
1) Slanghaspel
Door te trekken aan de haspel, valt hij naar buiten en kan de slang afgerold worden. Het naar buiten vallen van de haspel zorgt er tevens voor dat de brandbluspompen gestart worden.
Het water wordt voorzien van een schuimvormend middel, waardoor het voor alle type branden te gebruiken is.
2) Vat met schuimvormend middel
Wordt toegevoegd aan het water, waardoor er zich schuim vormt
3) Poederblusser
Kan uitgenomen worden om kleine brandjes te blussen.
4) Intercom
Door het opnemen van de intercom wordt de weggebruiker meteen doorverbonden met de wegverkeersleider.
5) Storz-koppeling
Standaard aansluiting voor de brandweer.
6)Startknop brandbluspompen
Hiermee worden (naast het uitnemen van de slanghaspel) de brandbluspompen gestart.
7) Wandcontactdoos
230 Volt wandcontactdoos ten behoeve van hulpdiensten.
8) Ribbenbuiskachel
Voorkomt bevriezing tijdens koude perioden.
Een hulppost van het type C is kleiner en bevat geen slanghaspel en geen storz-koppeling
Mocht het nou ondanks de blusmiddelen toch misgaan, dan kan de wegverkeersleider beslissen om de tunnel te ontruimen. In dat geval wordt het evacuatiebedrijf actief en dat betekent dat de vluchtdeuren belangrijk worden.
De onderlinge afstand van de vluchtdeuren is meestal 100 meter en leidt naar het middentunnelkanaal. Dit middentunnelkanaal wordt in geval van brand onder overdruk gezet, waardoor rook niet naar binnen kan dringen en weggebruikers veilig kunnen vluchten.
De vluchtrichting wordt in het middentunnelkanaal aangegeven en zal altijd TEGEN de rijrichting van de incidentbuis zijn. In die incidentbuis gaan de ventilatoren namelijk maximaal met de rijrichting mee ventileren om rook zo de tunnel uit te blazen en het gedeelte achter het ongeluk vrij van rook te houden.
Indien gevlucht moet worden gaat het geluidsbaken (1) boven de vluchtdeur (2) aan. Dit geluidsbaken heeft de tekst "UITGANG HIER EXIT HERE" Het geluid leidt de weggebruiker, ook bij dichte rook, naar de dichtsbijzijnde vluchtdeur. Daarnaast wordt een vluchtinstructie ook via de luidsprekers en via de autoradio uitgezonden. Dit laatste overigens alleen op de kanalen die in de tunnel te ontvangen zijn. Daarom is het altijd goed om in een tunnel af te stemmen op bijv. Radio 1 of een lokale zender als Radio West of Radio Rijnmond.
Om de zichtbaarheid te vergroten, gaat de contourverlichting (3) branden. Dit zijn felle groene LEDs die de zichtbaarheid van de deuren vergroten.
De Hubertustunnel kent overigens een iets ander principe. Omdat dit een geboorde tunnel is, is er geen middentunnelkanaal, maar een zogenaamde dwarsverbinding. De weggebruiker wordt via deze verbinding naar de andere verkeersbuis geleidt. Bovendien zitten de vluchtdeuren 250 meter uit elkaar.
Dit laatste omdat het nogal kostbaar is om een dwarsverbinding te maken. Allereerst wordt de grond bevroren waarna de verbinding kan worden gegraven en kan worden afgewerkt met beton. Hierna wordt de grond weer ontdooid.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog veel meer veiligheidsvoorzieningen in de tunnel, maar daar hoeft de weggebruiker niet naar om te kijken. Het gaat dan bijvoorbeeld over de ventilatie in de tunnel.
0 reacties:
Een reactie plaatsen